Wettelijk bel-me-nietregister nekt goede doelen
De Tweede Kamer heeft onlangs zeer eensgezind besloten tot keiharde wetgeving op het gebied van telemarketing. Daar zijn we mooi klaar mee, als fondsenwervende instellingen.
Er komt van overheidswege een bel-me-nietregister, waarin de ingeschrevenen voor onbepaalde tijd zullen worden opgenomen. Dat komt er feitelijk op neer dat het duurt tot ze zich zelf weer afmelden. De nieuwe regelgeving gaat zover dat het zelfs mogelijk is dat degene die wordt gebeld zich nog tijdens het gesprek, door de telemarketeer laat inschrijven. Uiteraard raken de nieuwe beperkingen ook de goede doelen in Nederland, waarvan er vele voor een belangrijk deel van hun inkomsten en donateurscontacten afhankelijk zijn van telemarketing.
Hiermee wordt definitief een einde gemaakt aan de zelfregulering via de stichting Infofilter. Het is zelfs de vraag of deze betrokken zal zijn bij de uitvoering van het nieuwe bel-me-nietregister, omdat de overheid verplicht is daarvoor een openbare aanbesteding uit te schrijven. Of stichting Infofilter daarin geïnteresseerd is, is eveneens de vraag. Want voorzitter Paul Nouwen liet weten, vooruitlopend op de stemming in de Tweede Kamer, een eventueel bel-me-nietregister te zullen opblazen.
Overigens betwijfelen wij dat de overheid in staat is een functioneel bel-me-nietregister aan te leggen en te onderhouden. Door de eis dat tijdens telemarketinggesprekken de gebelde meteen in het register opgenomen moet kunnen worden, zal elk callcenter op dat register aangesloten moeten zijn. Technisch is dat natuurlijk geen enkel punt. Maar organisatorisch betekent het nog al wat. In het algemeen geldt dat naarmate meer personen mutaties kunnen aanbrengen in een database, deze een groeiend aantal onjuistheden gaat bevatten.
Extra boeiend is dat een eenmaal opgenomen beperking kennelijk pas weer verdwijnt, wanneer de gebelde hem zelf opheft. In de loop der tijd krijgen mensen andere telefoonnummers en andere adressen. Er is natuurlijk geen hond die dergelijke wijzigingen doorgeeft aan zo iets als het bel-me-nietregister. En hoe registreer je überhaupt iemand die niet gebeld wil worden? Noteer je alleen het telefoonnummer, moeten ook de adresgegevens er bij? Hoe weet je of de door de beller verstrekte gegevens wel kloppen? Hoe weet je überhaupt of de gebelde binnen zijn of haar leefsituatie wel degene is die bevoegd is voor registratie in het bel-me-nietregister? En hoe bewijst iemand die de registratie weer ongedaan wil maken, dat hij daarvoor bevoegd is. Dat verstand van zaken geen standaardeis is voor kamerleden en bewindslieden,is weer eens pijnlijk duidelijk geworden.
Voor de sector van de goede doelen en overige non-profits geldt dat deze wordt opgezadeld met grote beperkingen. De kosten voor fondsenwerving zullen daardoor toenemen. De vraag is bovendien wanneer de Haagse regelzucht de volgende zogenaamd ‘storende’, maar wel efficiënte, werfmethodes aan banden gaat leggen. Zoals het al eveneens onder vuur liggende direct dialogue of face-to-face (straatwerving en huis-aanhuiswerving door professionele wervers). Ook op deze methode bestaat de nodige kritiek van kritische consumenten, maar ook van lokale overheden. Ook het CBF, met de nodige burgemeesters in zijn orgaan, maakt het fondsen op dit punt steeds moeilijker, zoals onlangs bleek bij de Stichting Homeplan.
Hiermee is weer eens duidelijk dat de brancheorganisaties in de sector, zoals de VFI, niet in staat (of bereid?) zijn de politiek te overtuigen van het grote belang van het werk van de non-profitsector voor de samenleving. Zijn ze zich eigenlijk wel bewust van het belang van telemarketing voor hun lidorganisaties en van de negatieve gevolgen van de nieuwe regelgeving op het functioneren van die instellingen? Eerlijk gezegd wagen wij dat te betwijfelen! Maar voor duizenden organisaties die belangrijke maatschappelijke taken vervullen, die werken aan verbetering van allerlei aspecten van onze samenleving, is de telefoon een onmisbaar instrument om contact te onderhouden met de achterban, om fondsen te werven en om mensen te bereiken met hun boodschap en te overtuigen van het belang daarvan. Het is werkelijk absurd dat de Tweede Kamer dat grondwettelijke belang achterstelt bij het wegnemen van enige telefoonirritatie bij een deel van het publiek. In plaats van barrières op te werpen, zouden politieke partijen dat belang juist met hand en tand moeten verdedigen.
Omdat het belang van onze sector voor de samenleving enorm is, en het bestaan van goede doelen en andere non-profits als private instellingen, grondwettelijk verankerd is, menen wij dat de brancheorganisaties alsnog met grote kracht en alle – wettelijke - middelen tegen de nieuwe regelgeving in het geweer moeten komen. Wellicht dat ISF-voorzitter Peter Helmer, als nieuwe voorzitter van de Samenwerkende Brancheorganisaties (SBF), het initiatief kan nemen om, samen met de DDMA, datgene te doen waar die brancheorganisaties ook voor bedoeld zijn. Namelijk opkomen voor de belangen van de goede doelen en andere non-profits die ze vertegenwoordigen en direct een stevige lobby andere non-profits als private instellingen, grondwettelijk verankerd is, menen wij dat de brancheorganisaties alsnog met grote kracht en alle – wettelijke - middelen tegen de nieuwe regelgeving in het geweer moeten komen. Wellicht dat ISF-voorzitter Peter Helmer, als nieuwe voorzitter van de Samenwerkende Brancheorganisaties (SBF), het initiatief kan nemen om, samen met de DDMA, datgene te doen waar die brancheorganisaties ook voor bedoeld zijn. Namelijk opkomen voor de belangen van de goede doelen en andere non-profits die ze vertegenwoordigen en direct een stevige lobby opzetten in Den Haag.
Bron fondsenwerving.nl